13) Vocabulaire m.b.t. een Rijnlandse samenleving

Deze vocabulaire is in de eerste plaats gebaseerd op Wandlungen des Neoliberalismus’, het mooie proefschrift van Philip Plickert, journalist van de Franfurter Algemeine Zeitung. Hij is in 2008 ‘summa cum laude’ gepromoveerd op de ontwikkeling en de uitstraling van de Mont Pèlerin Society (MPS), een internationaal gezelschap van marktliberale macro-economen, dat jaarlijks bij elkaar komt. In 1947 waren ze (39 mensen) voor het eerst bij elkaar (10 dagen) in een hotel op de Mont Pèlerin bij Geneve, vandaar. Doel is: tegen collectivistische ideologische tendensen vechten en de markteconomie als vrijheidslievend systeem redden. De Society bespreekt steeds ontwikkelingen binnen het vakgebied van de macro-economie incl. de praktijk ervan.

Het (dikke) boek (516 pagina’s, helaas zonder een enkele tabel of grafiek) bevat allerlei interessante inzichten en gedachten. Piet Moerman heeft het proefschrift opgepikt in Freiburg. Piet, Rob Lommerse, Bas Mathijsen en ik (Sjaak Evers) hebben samen het boek gelezen en zijn nu deze Vocabulaire aan het opbouwen.  Piet, Rob en ik spraken er voor het eerst samen over op 15 juni 2011, vervolgens op 1 sep. met Bas en ‘zijn’ samenvatting erbij. 29 sept. 2011 spraken we erover Karel van Haaften, Martin Swinkels, Jan Lemmens, Poul Bakker, Koen Krikke en Joscelin Trouwborst. (Eerst waren er Word documenten van enkele hoofdstukken, vervolgens een Powerpoint presentatie, nu deze Weblog pagina) Een samenvattend concept van een artikel is het resultaat van het proces tot zover.

De geschiedenis herhaalt zich:
– Laissez-faire kapitalisme leidde tot de crisis van de 30-er jaren
– daarna was er enig draagvlak voor orde, waarbinnen individuele vrijheid leidt tot welvaart voor iedereen
– in 70-er en 80-er jaren komt er weer steeds meer laissez-faire kapitalisme, wat uiteindelijk leidt tot de economisch crisis van nu
– Mogelijk leidt een en ander nu wel wereldwijd en duurzaam tot de ordoliberale invulling van het neoliberalisme.
Vandaar de relevantie van dit stukje verleden voor de toekomst !

1. Mont Pelerin Society (MPS)
– de ontwikkeling en de uitstraling ervan is beschreven door Plickert
– het is een internationaal gezelschap van marktliberale macro-economen
– het kent een lange ontstaansgeschiedenis, met o.a. het Walter Lipmann colloquium in 1938 in Parijs
– in 1938 ontstond de term neoliberalisme, als reactie op het failliet van het oude laissez-faire liberalisme
– het neoliberalisme verbindt het begrippenpaar Vrijheid en Orde essentieel anders (centraler m.b.v. de staat) dan het oude liberalisme (decentraal zonder staat) (p. 8 in Plickert).

– geleidelijk verschuift binnen het neoliberale denken van de MPS het accent van de ordoliberale invulling (helaas) terug naar de oude laissez-faire invulling. Dat is deels een generatiekwestie, deels door politieke ontwikkelingen en economische veeranderingen, deels door interne conflicten binnen de MPS
– er is 1) de groep rondom Eucken, Röpke (beiden van Freiburg) en Rüstow en 2) de groep rondom Von Mises, Von Hayek (beiden uit Wenen) en Friedman (Chicago)

– na WO II brengt Erhard de ordoliberale invulling van het neoliberalisme succesvol in de praktijk in Duitsland
– in de 70- en 80-er jaren doen Thatcher en Reagan hetzelfde voor de laissez-faire invulling in de UK en de US
– Nobelprijzen voor de Economie zijn er 1974 voor Von Hayek en 1976 voor Milton Friedman
http://en.wikipedia.org/wiki/Mont_Pelerin_Society

Presentatie Plickert boek Tijdlijn plaatje

2. Ordoliberalisme
– Rüstow: zijn sociologische These (in 1938 al): materiele welvaart is niet voldoende, mens is een sociaal wezen. Het klassieke, streng individualistische liberalisme verwaarloost dit. De Crisis van de 30-er jaren is geen economische, maar een Vitaliteitscrisis
– Ropke en Rustow eisen (in 1938 al) een radicaal opnieuw inrichten van het liberalisme op basis van de sociale context van mensen. De ware oorzaak van de ontevredenheid van de arbeider is de de-vitalisering van hun bestaan; in de fabrieken van alle natuurlijke verbindingen ontworteld => link met het niveau van organisaties. Vitaliteit economie = vitaliteit organisaties = vitaliteit van de arbeid (Bas Mathijsen) = kwaliteit van de samenleving = kwaliteit van de arbeidsverhoudingen = kwaliteit van de organisatie = kwaliteit van de arbeid (de Sitter +)!
– Nodig achten zij een gezondmaking van de maatschappijstructuur, een holistische “Vitalpolitik”, die de buiten-economische voorwaarden moet scheppen voor een marktmaatschappij die kan overleven
– het ordoliberalisme is een stelsel van opvattingen over de inrichting van de samenleving, met als kern een orde, waarbinnen individuele vrijheid leidt tot welvaart voor iedereen

Eucken formuleerde 7 ‘constituerende’ en 4 ‘regulerende’ principes van het ordoliberalisme (lange tijd populair) (Plickert p. 268):
– 7 constituerende (structuur, statisch)principes omtrent de functie van de staat in de ordoliberale economieordening:
1. Het vrije prijs mechanisme, naar het ideaal van de volledige concurrentie,
o.g.v. zijn analyse van het vroegere falen van de Duitse economie;
2. Stabiliteit van de waarde van het geld,
o.g.v. de traumatische ervaring van Duitsland tussen de 2 wereldoorlogen;
3. Openheid van de markt,
ook een les vanuit het verleden;
4. Privé eigendom,
geeft
— een efficiënte inzet van productiefactoren
— politieke vrijheid en onafhankelijkheid;
5. Verdragsvrijheid
6. Plicht tot Aansprakelijkheid
7. Consistentie in de economische politiek,

waardoor investeerders kunnen plannen.
– Daarover heen voerde Eucken “regulerende” (proces, dynamisch) principes in, die het etiket ‘neoliberaal’ voor zijn concurrentieordening rechtvaardigden:
1. Controle op monopolies en Kartelvernietiging, om volledige concurrentie te krijgen
2. Een zekere correctie (door belastingen) van de door de markt bereikte inkomensverdeling
3. Maatregelen ter regulering van externe effecten en abnormale ‘Angebots’-reacties
4. Anti-conjunctureel gedrag zoals een politiek ter stabilisering van de monetaire politiek

– Samen zijn zij het raamwerk van de Economiewetgeving, die volgens ordoliberalen de staat moet maken en verdedigen. Dit vergt “Constructivistische” actie, die de ordoliberale conceptie onderscheidt van de oude liberale idee van een evolutionaire (door decentrale coördinatie spontaan ontstaande) orde. De ordoliberalen zien de economiewetgeving als een collectief goed, waarvan het nut algemeen is en waarvan niemand mag worden uitgesloten. Dit kan niet privé gemaakt worden; daarvoor is de staat nodig, die als Scheidsrechter boven de spelers te staan heeft.
– statisch (Eucken) versus dynamisch, niet resp. wel beinvloed door (ontwikkelingen in) de tijd (The Matrix)
– gesloten (Eucken) versus open, los van resp. verweven met andere aspecten van de samenleving
– voorloper van de Sociale Markteconomie
http://de.wikipedia.org/wiki/Ordoliberalismus

3. Sociale Markteconomie (SMe), samen met het Ordoliberalisme: de theorie van het Rijnlandse model (zoals we dat sinds Michel Albert in 1991 noemen), op het niveau van een samenleving:
– subtiel verschil met ordoliberalisme
– SMe staat voor doelen: economisch en sociaal, terwijl het ordoliberale staat voor regels (wetten/afspraken/contracten/akkoorden, etc)
– Alfred Müller-Armack is de grondlegger van de SMe

Hoewel ‘Derde vorm’ en Synthese van Liberale markteconomie (these, S.E.) en Plan economie (antithese, S.E.), geen tussenvorm:
— Markt en Prijsmechanisme moeten de fundamenten van de Economieordening zijn
— de Staat echter de randvoorwaarden van de concurrentie garanderen en corrigerend ingrijpen waar dit in het belang van sociale doelen geboden schijnt, wel marktconform, om de signaalfunctie van het prijsmechanisme niet te verstoren

De dubbele optiek:
— de markt als productieve welvaartsmotor behouden en zelfs uitbouwen, en tegelijk:
— de wil tot sociale en culturele doelen niet verloochenen

1948: “Vorschlagen zur Verwirklichung der Sozialen Marktwirtschaft”:
— een actieve concurrentiepolitiek, die oligopolie en monopolie moet verhinderen als grondprincipe
— een lange lijst van maatregelen:
—- enige nationale vestigings- en regionale politiek,
—- stadsplanning en sociale woningbouw,
—- ontwikkeling van het MKB (middenstand) en hulp bij de organisatie van samenwerking,
—- inkomenshulp voor gering verdieners en uitbouw van de sociale verzekering voor hen,
—- een gepaste conjunctuur- en werkgelegenheidspolitiek,
alles ter correctie van de markt

– Doel van zijn visie van een SMe was te verbinden de Principes van de
— Vrijheid op de markt
— Sociale vereffening. Met vereffening werd niet nivellering bedoeld, maar de poging een Balans in de maatschappij te herstellen. De markteconomie was de welvaartsmotor, waarvan de resultaten dan ook voor de Maatschappij- en Sociale politiek gebruikt moeten worden. Mulller-Armack huldigt zo de  instrumentele opvatting, anders dan Eucken, Erhard en zelfs Hayek die (slechts, S.E.) gaan voor de privilege-loze samenleving
– Wirtschaftswunder <= praktijk
http://de.wikipedia.org/wiki/Soziale_Marktwirtschaft

Wikipedia tabel, waarin verschil tussen 2 groter lijkt: Ordoliberalisme versus SMe.

4. Erhard
– Econoom
– ‘verslindt’ in WO II de 3 werken van Röpke
– na WO II Minister van EZ, onder Adenauer
– later ook Kanselier (minder succesvol)
– laat pas lid geworden van de CDU, de Duitse Christen Democraten
http://de.wikipedia.org/wiki/Ludwig_Erhard

5. Wirtschaftwunder (1946-1957), hét succesvolle voorbeeld van de praktijk van het Rijnlandse model (zoals we dat sinds Michel Albert in 1991 noemen), op het niveau van een samenleving:
Nog op de avond na de hervorming van het monetaire stelsel (20 juni 1948) kondigde Erhard voor de radio aan de komende week een groot deel van alle prijs controles op te heffen, m.u.v. een aantal basisvoedingsmiddelen, grondstoffen zoals kolen, ijzer en olie evenals de tarieven voor elektriciteit, gas en water. De motor tot groei sloeg aan. De productie trok binnen een half jaar met 50% aan. Ook tijdens de Koreacrisis bleef Erhard overeind tegen pleidooien om planeconomie weer in te voeren. Met de Koreacrisis ging de Duitse volkseconomie juist zeer krachtig groeien:
— In de 50-er jaren nam het Duitse BIP (Bruto Inlands Product = bruto binnenlands product) gem. zo’n 8 % per jaar toe, in het sterkste jaar van de eerste (?) groeicyclus, 1955, met 12 %.
— De werkloosheid was in 1950 nog 12 %, verdween tegen het midden van de 50-er jaren. Er ontstond een tekort aan arbeidskrachten

Met de hervorming van de economie en het geldstelsel van 1948 waren de belangrijkste “constituerende” principes van de door Eucken ontwikkelde Economieordening verwerkelijkt. M.b.t. de “regulerende” principes die Eucken opgesteld had, was het beeld minder helder. Het belangrijkste doel, Monopoliecontrole, was nog niet bereikt:
— In Juli 1957 was in de ‘Gesetz gegen Wettbewerbsbeschränkungen’ (GWB) het kartelverbod de regel. De oude Duitse Karteltraditie was gebroken, ondanks fel verzet van de Duitse werkgevers. Een bescheiden succes voor de Duitse neo- bzw. ordoliberalen.
— Zoals de Ordoliberalen bij de slag om de GWB in Juli1957 slechts half succes hadden kunnen bereiken, zo was de een half jaar eerder (eind Jan. 1957) besloten Pensioenhervorming een erge nederlaag, waarvan de verreikende consequenties pas tientallen jaren later duidelijk werden. Zonder twijfel was de Pensioenherziening ook met het oog op de naderende verkiezingsstrijd door Adenauer geforceerd en met succes: ze kregen de absolute meerderheid. Op korte termijn had pensioenstelsel geen nadelen (inflatie), op lange termijn (pensioenlasten) wel, als de politiek verantwoordelijken al lang afgetreden zijn. De goedkeuring van deze wet kan op goede gronden als het einde van de SMe gezien worden. Het markeerde een beslissende verzaking van de politiek weg van de markt en naar de schepping van de welvaartsstaat. De neo- bzw. ordoliberalen waren tegen een ‘door de staat gegarandeerd, waardevast, geïndexeerd  Pensioenstelsel’, maar die kwam er toch. Ze verloren dus deze strijd. P.S. Het Pensioenstelsel zit in Duitsland anders in elkaar dan in ons land.

Het Wirtschaftswunder was geen wonder, zo zei Hunold e.a. in de MPS: het succes van de politiek van de markteconomie is het gevolg van de losmaking van de individuele krachten in het kader van een economieordening die individuele belangen richt op gezamenlijke belangen. Een gevolg van keuzes, visie, moed en handigheid van Erhard, zou ik (S.E.) zeggen, zegt Hayek ook (ongeveer) !!
– Dominante these in het onderzoek tot nu toe: de Structuurbreuk these: de opleving van West Duitsland heeft primair te maken met de gelijktijdige hervorming door Erhard c.s. zowel van het monetaire stelsel als van de economie. Alternatieve these is de Reconstructiethese, die wijst op de gunstige uitgangsvoorwaarden: het grote deel onverstoorde industriële capaciteit, het aanbod van goed opgeleide arbeidskrachten, op de investeringen van de Nationaal Socialisten in opleiding en modernisering.
– De ordoliberalen profiteren van een historisch gunstige constellatie, propageerden hun voorstellen voor een concurrentieordening tegenover de ervaringen met de gestuurde economie van de prijscontrole en resources toedeling, wiens voortbestaan na 1945 catastrofale gevolgen toonde. Aan het voorbeeld van het Nationaal Socialistische regiem konden Eucken c.s. de gevaren van het totalitarisme illustreren, die zowel politiek als economisch met centrale planning meekomen.
http://de.wikipedia.org/wiki/Wirtschaftswunder

6. Keynesianisme
– 2 reacties op de Crisis van de 30-er jaren
— het neoliberalisme legt een zwaarder accent op de randvoorwaarden waarbinnen vrijheid aan de orde is,
— K geeft de premissen van de markteconomische zelfregulering (m.n. m.b.t. de arbeidsmarkt, door de massawerkloosheid) verregaand op
http://en.wikipedia.org/wiki/Keynesian_economics

7. Kapitalisme
http://nl.wikipedia.org/wiki/Kapitalisme : een politiekeconomisch systeem, gebaseerd op het bezit van het productiemiddel kapitaal. Het ideaaltype van het kapitalisme heeft vier belangrijke kenmerken:
— het individu en privé-eigendom
— het winststreven of de kapitaalaccumulatie
— het marktmechanisme
— de ondernemingsgewijze productie.

– Alternatieven:
— Intellectueel kapitaal, van de kenniswerkers
— Sociaal kapitaal, gemobiliseerd ook door Sociale media

8. Liberalisme
http://nl.wikipedia.org/wiki/Liberalisme: een politiek-maatschappelijke stroming/ideologie, met als uitgangspunt de vrijheid van het individu. Liberalen streven naar
— een samenleving waarin burgers grote vrijheden genieten, zoals de burgerrechten die het individu beschermen en de macht van de staat en de kerk beperken,
— een vrije markt waarin de overheid zich terughoudend opstelt,
— de scheiding van kerk en staat (onder andere als voorwaarde voor godsdienstige tolerantie),
— een staatsinrichting vastgelegd in een grondwet waarin ook de grondrechten van de burger staan. Van de overheid werd alleen verlangd dat ze alleen die bestuursdomeinen voor haar rekening zou nemen, die onmogelijk door het individu behartigd konden worden (openbare functies, openbare werken, landsverdediging, …)

– Alternatieven:
— (oude) laissez-faire liberalisme: staat voor volledige vrijheid, zonder enige orde/kader (ene uiterste)
neoliberalisme, met 2 varianten:
—-von Hayek c.s. liberalisme: staat voor vrijheid binnen een institutionele ordening/kader, waarbij de overheid spelregels bepaalt en bewaakt, marktmeester (zowel t.b.v. consumenten als producten), slechts scheidsrechter is
—- Eucken c.s. liberalisme: staat voor het direct bovenstaande, ‘gedragen’ door een sociaalcultureel kader = ordoliberalisme !
— Sociaal-democratie: staat voor een orde waarin de staat regels bepaalt én de staat meespeelt, een van de spelers ook is
— Planeconomie: een orde met alle macht aan de overheid (andere uiterste)

9. Elite

http://de.wikipedia.org/wiki/Elite: 1) Machtelite und 2) Funktionselite
– Vraag is wat de toekomst is van de eerste gezien de grote beweging van hierarchische naar netwerkorganisaties (Verticalisering => Horizontalisering)
– Op het punt van de tweede: Meester – Gezel – Leerling
http://nl.wikipedia.org/wiki/Elite

10. Bourgeois & Citoyen
– de burger die zich gedraagt als klant van de overheid
– resp. de burger die ook zich verantwoordlijk voelt voor en verantwoordlijkheid neemt voor de samenleving
– in: Lange Abschied vom Burgertum, door F. A. Meyer (2006)

11. Trias Politica
– voor het eerst geformuleerd door Montesquieu
– Wetgevende, Uitvoerende en Controlerende/rechtsprekend macht, die alle 3 nodig zijn voor een goed functionerende overheid/staat; ze houden elkaar in evenwicht
http://nl.wikipedia.org/wiki/Trias_politica

12. Economie
– gedragswetenschap
– Physiocraten huldigen het wereldbeeld dat de wereld werkt als de natuur, dat die zich zelf regelt en dat dat automatisch tot iets moois leidt
– Adam Smith spreekt
— in zijn 1-ste boek,  Theory of Moral Sentiments (TMS) over: mutual sympathy + impartial spectator
— in zijn 2-de boek, Wealth of Nations (WoN) over: de Invisible Hand, waardoor werken voor eigen belang het algemeen belang ten goede komt

Presentatie Plickert boek hét plaatje