15) De Werken van de Moermannen

1) TER HER-INNERING AAN PIET MOERMAN

 

Met verdriet maar ook met dankbaarheid sta ik stil bij het overlijden van onze grote unieke Rijnlandse vriend Piet Moerman.

Met dankbaarheid omdat we een mooi aantal jaren van zijn scherpe inzichten en zijn mateloze passie voor het Rijnlandse hebben kunnen genieten. Met verdriet omdat we nu alleen nog maar zijn publicaties en onze herinneringen aan hem hebben.

Als lid van de Rijnland Weblog Groep mochten we uitgebreid genieten van Piet. Hij noemde mij voortdurend voorzitter van de groep. Ik wil daarom nu graag Piet zijn bijzondere betekenis voor de Rijnlandse beweging in NL schetsen. Ik kan die betekenis nu niet in minder dan 10 punten brengen.

1. Piet heeft de komst van het Angelsaksische in onze Rijnlandse wereld zelf gezien en ervaren.
Een en ander leidt ertoe dat Piet vaak sprak over:
– Economen als geflopte mathematen,
– de economie als een quasiwetenschappelijk bordeel voor beleidsmakers.

2. In het kader van een en ander heeft Piet historische bronnen van ons Rijnlandse denken levend gehouden en onthuld, door generaties heen naar deze tijd geloodst.

3. Hij heeft (en dat is denk ik behalve zijn passie, zijn integriteit en zijn goedheid zijn belangrijkste bijdrage) de geschiedenis van het Rijnlandse model voor ons ontsloten. Wilhelm Ropke en Ludwig Erhard waren de mannen van de theorie resp. van de praktijk, van het ordoliberalisme resp. van het Wirtschaftswunder.

4. Hij heeft ons geleerd hoe het Rijnlandse ook historisch al een tussenvorm was, Der Dritte Weg, tussen het liberalisme en het socialisme.

5. Piet hield ook actuele internationale bronnen als geen ander voor ons bij, Duitse en Engelse bladen en boeken.

6. Piet hield er mensen ook aan om in hun persoonlijk gedrag ook Rijnlands te zijn, niet alleen maar mooi Rijnlands te praten.

7. Hij hield ons ook steeds voor: niets is zo praktisch als een goede theorie, met daarbij de leidraad van Von Clausewitz: de kunst is om uit de praktijk de theorie te scheppen.

8. Piet heeft ons begrippen geleverd om verschijnselen te duiden, zoals bijv.:
– Komfortabele Stallfütterung,
– het prisoners dilemma en het chicken dilemma,
– de citoyen naast de bourgeois,
en zo zijn er nog ongelofelijk veel meer begrippen.

9. Velen in de Rijnlandse beweging zijn organisatieadviseurs, denken en werken aan Rijnlands maken van organisaties. Piet was vooral bezig met de Rijnlandse samenleving.

10. Piet heeft ons het concept gebracht van het Huis op orde. In zijn boek erover staat Huis op orde voor 4 zaken:
– Een Cultuur-historisch referentiekader,
– Techno-economische potentie,
– Sociaal-politieke transparantie,
– Maatschappelijk draagvlak.

Dat over zijn grote, gevarieerde, inhoudelijke bijdrage. Als we nog eens een Rijnlands initiatief een goede naam willen geven, dan stel ik voor het te vernoemen naar Piet.

Ik vond het een grote eer om met hem te mogen samenwerken, om hem ruimte en aandacht te kunnen en mogen geven. Hij vroeg voortdurend of ie niet als een ‘oude zak’ gezien werd of als een ‘gefrustreerde grammofoonplaat’. Steeds heb ik zijn unieke rol en bijdrage en de als maar groeiende waardering daarvoor in de gehele Rijnlandse beweging naar hem terug gekoppeld. Ik zal hem missen.

Ik wens Puck en haar kinderen heel veel sterkte in het verwerken van het verlies van hun imposante man en papa!

Sjaak Evers,
17 april 2013

P.S. Ik heb overigens ook nog een lange versie (eerst gemaakt; ik had de tijd om hem kort te maken, om met Multatuli te spreken).

2) Mooi interview in de Telegraaf van 18 aug. 2012 i.v.m. Huis op orde

3) HUIS OP ORDE, HET RIJNLANDSE ORDOLIBERALE PERSPECTIEF, 2011:

Gistermiddag was in Antwerpen bij uitgever Garant het podium voor Huis op orde, het Rijnlandse ordoliberale perspectief, het boek van de Familie (!) Moerman, waarin zij hun publicaties en voordrachten van de afgelopen jaren mooi samengebracht hebben. Met zo’n kleine 25 man hebben we het er eens over gehad. Het gaf weer mooie nieuwe relaties en inzichten !

Ik mocht als ‘voorzitter’ van de Rijnland Weblog Groep (zoals Piet mij altijd graag wil noemen) zelf de bijeenkomst leiden en aftrappen, vind het al weer enig jaren een genoegen om met Piet én Jurgen te sparren, te denken en te onderzoeken.

In mijn korte aftrap heb ik allereerst aandacht gevraagd voor de mannen waar het met name om gaat inzake de theorie en de praktijk van de succesvolle Rijnlandse samenleving (Ropke, Muller-Armack en Erhard). Vervolgens heb ik aangegeven welke inhoudelijke elementen uit de bronnen die de Moermannen openen, mij met name aanspraken en welke opvatting van mij ik er door kon aanscherpen. Ik sluit af met de hoop dat het voorbeeld van Piet & Jurgen, hun studeren op de Rijnlandse samenleving gevolgd wordt door Economische faculteiten van Universiteiten en door Wetenschappelijke instituten van Politieke partijen !

Vervolgens kregen Piet en Jurgen de vloer en volgens goed gebruik van de familie namen deze 2 representanten ervan ook echt de vloer. Er kwam weer heel wat over het voetlicht.

Zie alle presentaties bij elkaar. Twee onderwerpen bespreken we tijdens en twee na de presentaties:

1) Het is niet niks wat Piet de leiders van Europa vraagt: convergeren qua 1. doelen, 2. middelen, 3. strategieen, 4. feiten, 5. vragen en 6. taal. Maar als je elkaar kunt vinden op deze vlakken, dan heb je ook wat !

2) Afgelopen donderdag 17 nov stond al op deze weblog een link naar een artikel met daarin een verwijzing naar een boek waarin investeerders aangeraden wordt vooral lokaal te investeren. In soortgelijke zin pleit Jurgen ook voor ontwikkelen en produceren fysiek bij elkaar in de buurt houden, m.a.w. ‘maken’ in NL te houden.

3) Voor de wereld geldt hetzelfde als voor Europa, in feite is aandacht voor meer dan alleen het economische nodig op meer en minder dan alleen het Europa niveau, ook op individueel niveau !

4) Het vierde en laatste punt, geinspireerd door de laatste, een zgn. eenvoudige vraag, formuleer ik als volgt:
– Rijnlands gaat over de dominantie van centen én over de dominantie van mensen
– Gaan voor de dominantie van centen alleen (Angelsaksisch) heeft effecten, wordt getriggerd door context waar 75% van de bedrijven aan de beurs is
– Gaan voor de 2 dominanties (Rijnlands) heeft heel andere effecten, past in context met 25% van de bedrijven aan de beurs.

Je hoeft niet met veel mensen te zijn om een goed gesprek te hebben !

4) RIJNLANDERS, DURFT TE DENKEN EN TE TWIJFELEN, 2008:

Piet Moerman, emeritus hoogleraar Economie aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, heeft als lid van en in samenwerking met de Rijnland Weblog Groep, een prachtig Essay geschreven, onder de veelzeggende titel: Rijnlanders durft te denken en te twijfelen. Volgens ons is het een soort grondmanifest, zijn het 14 columns / ‘bouillonblokjes’, een schier onuitputtelijke bron van inspiratie, waar de passie voor het Rijnlandse ‘van af spat’.

Het Essay is te bestellen (voor 15.95 Euro) bij managementboek.nl.
Samenvatting Rijnlanders durft te denken en te twijfelen, door Sjaak Evers

Het Rijnlandse is actueler dan ooit te voren. Bewijzen voor het doorgeslagen Anglo-Amerikaanse kapitalisme zijn voor velen nu duidelijker. Er is meer dan ooit belangstelling voor het Rijnlandse kapitalisme. Hoe een en ander zo heeft kunnen groeien, kaart Piet Moerman als eerste aan in zijn Essay. Vervolgens doet hij een zeer succesvolle poging om de ontwikkeling op een aantal gebieden te ‘duiden’, op basis van een aantal vooral Duitse denkers, zoals Helmut Schmidt, Julia Friedrichs, Dahrendorf, Weber, Röpke, Ludwig Erhardt, Kant, etc., etc.

Globalisering en Marktwerking komen als eerste aan de orde. Piet houdt een krachtig pleidooi voor ‘countervailing powers’, voor een eenduidige visie in deze van Europa. Hij maakt ook onderscheid tussen welbegrepen eigen belang en koste-wat-kost eigen belang. Hij constateert waardenverwarring, pleit op basis van Weber voor waardenrationaliteit i.p.v. doelrationaliteit, stelt met behulp van Rapoport dat onze Europese maatschappij een debating-cultuur heeft, waarin we gaan voor win-win oplossingen, en de Amerikanen een gaming-cultuur, met de opzet de opponent onderliggend te maken.

Wetenschap in de Rijnlandse traditie komt vanuit verwondering tot vragen, terwijl de Anglo-Amerikanen veel meer beginnen met hun standpunt, hun antwoord. Waarheid is het sleutelwoord in de ene, consensus in de andere traditie. Opleidingen gingen ooit voor vakmanschap, maar het Fordisme heeft het vakmanschap overwoekerd. Het vakmanschap heeft zijn glans verloren te midden van alle glitter en glamour van de computerberoepen. Ook de ‘economisering’ van het menselijk domein wordt ontleed. Niet markt en geld zijn fout, maar de wijze waarop deze onze menselijke relaties ‘instrumentaliseren’.

Regelgeving & Rechtspraak kent ook verschillende modaliteiten: Anglo-Amerikanen hebben een rule-based patroon, Europeanen een principle-based patroon. Qua Onderneming & Zeggenschap onderscheidt Moerman technocentrisme en antropocentrisme. Bij Leidershap & Management komt ‘sapere aude’ (durf te denken) van Kant op tafel. Hij onderscheidt hier de Rijnlandse opdrachtstructuur en de Anglo-Amerikaanse bevelstructuur. Bij Ondernemingsbesturing & Werkuitvoering gaat het over de MBA-ers die met hun methoden misstaan in de maakindustrie. Het is een van de plaatsen waar Machiavelli opgevoerd wordt: ‘de heerser die zelf niet over grote intelligentie beschikt, kan niet goed geadviseerd worden’.

Het einde bevat de uitdaging (vooral aan de elites) om stelling te betrekking, verantwoordelijkheid te nemen en te stellen: tot hier en niet verder, om pal te staan voor Europese en Nederlandse verworvenheden. Wij moeten ons in Europa en Rijnland realiseren dat wij een gemeenschappelijke cultuur hebben met een waardensysteem dat zeer gedifferentieerd is en waarover continu moet worden gedebatteerd, zonder dogmatische uitgangspunten. Eenheid in veelvoud moet het Rijnlandse adagium worden. Laten we hierover denken, ons verwonderen en twijfelen!
Helemaal aan het einde volgt dan nog zijn een scenario voor Nederland. Het richtpunt moet een Nederlands huis op orde zijn, d.w.z. dat de elementen politiek/sociaal, maatschappelijk/cultureel en economisch/technologisch in evenwicht zijn. Daar komt dan ook de ‘citoyen’ (de burger die zich verantwoordelijk voelt voor de samenleving) en de ‘bourgeois’ (de consument) aan de orde. De bourgeois die zich citoyen voelen, behoren de kar te trekken. Dan eindigt het Essay met zo’n typisch stukje Piet Moerman: Nederland handelsland is een persverse fictie die prettig ligt op de globale borreltafels. De Europese maakcultuur (…) hangt in hoge mate af van de ontwikkeling van antropocentrische maaksystemen met bijbehorende creativiteit en vakmanschap.
INHOUDSOPGAVE PAGINA
Inleiding 3
Proloog 9
I. Globalisering 15
II. Samenleving 19
III. Wetenschap & Opleidingen 23
IV. Marktwerking 31
V. Menselijke relaties 37
VI. Regelgeving & Rechtspraak 41
VII. Onderneming & Zeggenschap 45
VIII. Leiderschap & Management 51
IX. Ondernemingsbesturing & Werkuitvoering 57
Epiloog & Conclusies 63
Samenvatting van conclusies 69
Een mogelijk scenario voor Nederland 71
Literatuurlijst 75