Angelsaksisch wielrennen?

In De Volkskrant van vandaag, 6 januari 2007, staat een artikel met als kop “Angelsaksische cultuur heilzaam voor wielersport”. Zie hieronder.

Het artikel citeert een stuk uit een toespraak van Pat McQaid, voorzitter van de wielerunie UCI. In een uitzending van Studio Sport op 5 januari werd ook al een stukje uit die toespraak getoond. McQuaid geeft kritiek op doping in het wielrennen en het optreden van landelijke wielerbonden tegen doping. Hij ziet een “West-Europese maffia” in landen als België, Frankrijk, Italië en België, die uit “eigen commerciële belangen” doping gedogen of in ieder geval oogluikend toestaan. Hij zet dit af tegen Angelsaksische wielerlanden als Nederland, Denemarken, Ierland Noorwegen en Engeland. Deze landen zijn strikt in hun antidopingbeleid; iedere frauderende wielrenner wordt daar hard aangepakt en uitgesloten.

Interessant is dat McQuaid kiest voor de term “Angelsaksisch” en dit afzet tegen “West-Europa”. Hij trekt daarbij de grenzen, vanuit onze Rijnlandse optiek, wel wat vreemd. Maar dit terzijde. “West-Europa” staat voor gesjoemel, voor fraude; “Angelsaksisch” voor eerlijkheid en gerechtigheid en het geloof in rechtszaken waarin alles goed geregeld zal worden.  Over deze opvatting is natuurlijk wel het een en ander te zeggen. Was het niet zo dat juist in Spanje, Italië en België invallen zijn gedaan door de politie en zijn niet juist daar mensen aangeklaagd voor dopingfraude? Is het niet zo dat daarbij betrokken renners rechtzaken zijn begonnen omdat ze vinden dat ze onschuldig zijn? Is het niet zo dat bepaalde wielrenners vanwege aangeboren waardes in hun testosterongehalte met een doktersattest niet vervolgd worden voor dopinggebruik? Is het niet zo dat wielrenners met een te hoog hemocratietgehalte van de wedstrijd uitgesloten worden vanwege gezondheidsgevaren, terwijl ze niet vervolgd worden voor doping (omdat deze hoge waarden ook biologisch bepaald kunnen zijn)?

Wat kunnen we leren van de uitspraken van MCQaid voor ons Rijnlandse, Angelsaksisch kritische streven? Ten eerste dat we voorzichtig moeten zijn met het gebruik van de termen Rijnlands en Angelsaksisch. Het zijn mooi klinkende begrippen, maar ze zijn vaak onduidelijk of te weinig eenduidig.

Ten tweede dat we Rijnland en Angelsaksisch niet op geografische gebieden moeten gaan plakken. McQaid trekt heel andere grenzen dan wij meestal doen vanuit onze Rijnlandse optiek. Waar het McQaid om gaat is dat hij een verschil in houding m.b.t. doping –op een ongelukkige manier- wil duidelijk maken. Wat wij steeds moeten benadrukken is dat Angelsaksisch versus Rijnlands denken gaat over een tegenstelling in economisch, politiek en bedrijfskundig denken: het aandeelhoudersdenken versus het stakeholdersdenken, het marktdenken versus het overlegdenken, het neo-liberalisme versus het solidariteitsdenken, het efficiëntiedenken versus het effectiviteitsdenken, het ware versus het schone. Daarom zijn veel bijzonder Rijnlandse ideeën ook ontstaan in de V.S. Denk bijvoorbeeld aan “human relations”,  het “revisonisme”, “theorie X”, “empowerment”, de ideeën van Collins en Porras, de ideeën van Barrett, de ideeën van Senge en Jaworski enz.

Ten derde kunnen we van McQaid leren dat we voorzichtig moeten zijn met zwart-wit uitspraken en met  te eenzijdig logisch rationele en reductionistische uitspraken. Je kunt niet van iemand, die bij een dopingcontrole een bepaalde afwijkende bloedwaarde heeft, zeggen dat hij/zij doping gebruikt heeft. Er kunnen allerlei oorzaken voor deze afwijkende bloedwaarde zijn en dat moet dus nog eens goed onderzocht worden. Het belang van de wielrenner, de bond, de sponsor en het publiek is hiermee gediend. Parallel hieraan zou je vanuit bedrijfskundig perspectief kunnen zeggen dat een te laag rendementscijfer (het belang van de aandeelhouder) niet hoeft te betekenen dat het bedrijf het slecht doet. Je beperkt je dan tot slechts een aspect van het bedrijfsfunctioneren, bovendien beperkt je je tot (enkele) cijfers. Het functioneren van een organisatie hangt nog van meer, vaak niet zo hard meetbare factoren af. Denk aan de werkgelegenheid en de kwaliteit van de arbeid (vakmanschap) voor de werknemers, de kwaliteit van de producten en geleverde diensten voor de klanten, de mate van milieubelasting e.d. Het management wordt dan wel beoordeeld/veroordeeld op basis van een, enkele kengetallen, maar hierachter ligt nog een wereld van veel andere zaken, belangen en ook zaken van de langere termijn.

Nol Hovens,Tolbert, 6-01-‘07

De Volkskrant, 06-01-2007

Angelsaksische cultuur heilzaam voor wielersport

Achtergrond  Van onze verslaggeefster, Marije Randewijk

SINT-OEDENRODE – Er zullen ruzies volgen, rechtszaken misschien, maar aan het einde van de rit is er in het wielrennen maar één optie: de Angelsaksische cultuur moet het voor het zeggen krijgen, anders is de sport ten dode opgeschreven.

Pat McQuaid, preses van de wielerunie UCI, liet er vrijdag geen twijfel over bestaan. Veel van de problemen waar het fietsen zich mee geconfronteerd ziet, zijn te danken aan ‘de West-Europese maffia’ in de sport. Die vergoelijkt doping en heeft het gebruik ervan oogluikend toegestaan. Het past in hun cultuur en in hun historie.

De Angelsaksische cultuur is volgens de Ier precies het tegenovergestelde. ‘Uiteindelijk is het van levensbelang dat die wint. Anders is er geen toekomst voor onze sport. We kunnen op deze manier niet doorgaan, en gelukkig zien steeds meer mensen dat in.’

De UCI-voorzitter pleitte, op uitnodiging van Gerrie van Gerwen en diens dochter Marlies in het kantoor van Business for Sport, na een nieuwjaarsgroet voor meer samenhang en samenwerking, maar het was duidelijk in welk kamp hij zichzelf al had ingedeeld. Moe van de talloze ruzies en schandalen verklaarde hij in Sint-Oedenrode ‘de maffia’ de oorlog.

En onder de maffia verstond hij vooral de vier traditionele wielerlanden, Frankrijk, Spanje, Italië en België, die geen interesse tonen in de toekomst van de sport en alleen maar aan hun eigen, commerciële, belangen denken. ‘Ze zien dat de structuur van de sport verandert en dat willen ze niet. Ze zien dat de macht uit hun handen glipt en dat willen ze voorkomen. Ze richten de sport ten gronde.’

Ze hebben hem in 2006 het bloed onder de nagels vandaan gehaald. ‘Wij zijn de regering van onze sport. En wij gaan er in 2007 alles aan doen om onze positie te handhaven. Als dat betekent dat we naar de rechter moeten, dan gaan we naar de rechter. Als het moet naar het Europese Hof.’

De advocaten van de UCI onderzoeken of de organisaties van de grote rondes kunnen worden vervolgd. Op die manier wil de UCI hun deelname aan de Protour afdwingen. Nu vormen de organisatoren van Tour, Giro en Vuelta een eigen circuit en willen ze met de Protour van de UCI niets te maken hebben. ‘Die vrijheid hebben organisatoren helemaal niet. Wij bepalen op welke kalender ze staan.’

Het conflict bedreigt het wielerseizoen. Voor Parijs – Nice moet er duidelijkheid zijn. Zo is het volgens McQuaid uitgesloten dat een van de 20 Protourploegen niet wordt uitgenodigd voor de Tour. Die mogelijkheid bestaat nu. ‘Wees er maar zeker van dat de Tour dan niet van start gaat’, zei hij dreigend. ‘De Protour is niet perfect, maar verdient wel een kans om perfect te worden.’

Het laatste waar de sport op zit te wachten is een nieuw schandaal. ‘Dat overleven we niet’, zei McQuaid. Hij doelde vooral op de dopingproblematiek die in 2006 veel schade toebracht aan de sport. Maar uit angst voor schadeclaims durft voorlopig niemand zich te bewegen of stelling te nemen.

Ook McQuaid brandde zijn vingers er vrijdag niet aan. Hij koos de lijn van IOC-voorzitter Jacques Rogge dat sportmensen van wie de schuld niet onomstotelijk vaststaat gewoon in competitie moeten kunnen uitkomen.

De Ier heeft zich neergelegd bij wat onvermijdelijk is. De betrokken renners in het dopingschandaal Operácion Puerto maken dit seizoen gewoon deel uit van het peloton. De UCI staat machteloos. ‘Uit Spanje komt voorlopig geen nieuwe informatie. Pas als het onderzoek is afgerond, kunnen we deze zaak afsluiten. Het is voor ons van belang dat de zaak niet onder het vloerkleed verdwijnt.’

Enige hoop putte hij uit de antidopingbeleid van de Angelsaksen. Hij stelde het de West-Europese maffia ten voorbeeld. ‘De omerta verdwijnt uit het peloton. Ik zal nooit een frauderende renner verdedigen. Wie dat denkt, kent mij niet.’

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *